Leraren willen meer zeggenschap over eigen teamscholing

Leraren willen inspraak in hun scholing en willen dat individuele ontwikkeling mogelijk blijft. Dat blijkt uit een enquête van de AOb onder ruim 3.200 docenten. Het kabinet wil vanaf 2028 jaarlijks 346 miljoen euro uittrekken voor teamprofessionalisering, maar de AOb zegt dat dit niet ten koste mag gaan van individuele scholing. Momenteel bepaalt de schoolleider in veel gevallen de doelen, terwijl 65 procent van de leraren dit juist samen wil beslissen. Dat meldt de AOb.

Een ruime meerderheid van de leraren (86 procent) vindt dat individuele scholing altijd mogelijk moet blijven. Zij willen zich ook kunnen ontwikkelen op gebieden waar de school (nog) geen behoefte aan heeft. “Denk aan een docent die rekencoördinator wil worden, maar dat niet mag omdat een collega dat al doet”, aldus vakbondsbestuurder Renske Vissers. Slechts een derde van de docenten vindt dat scholing verplicht moet aansluiten bij de doelen van de school.

Het kabinet investeert vanaf 2026 structureel 346 miljoen euro extra in de professionalisering van lerarenteams. Leraren laten veel geld liggen omdat zij hun individuele professionaliseringsbudget niet gebruiken, aldus AOb bestuurder Kim van Strien. In het voortgezet onderwijs heeft elke leraar en ondersteuner recht op 600 euro en scholingstijd per jaar. Hoewel 92 procent professionalisering belangrijk vindt, zet slechts 17 procent dit budget jaarlijks in. De helft gebruikt het (bijna) nooit. De hoofdredenen hiervoor zijn werkdruk en onduidelijkheid over de mogelijkheden. Van Strien wil dat het individuele budget strikt gescheiden blijft van teamscholing en roept werkgevers op om scholing actiever te stimuleren om het beroep aantrekkelijker te maken.

Laatste nieuws